Drijfgassen

 

De drijfgassen van vroeger

Vroeger waren CFK's (chloorfluorkoolwaterstoffen) de meest gebruikte drijfgassen. Ondanks het feit dat CFK's ideale fysisch-chemische eigenschappen hebben om als drijfgas te fungeren, heeft de aerosolindustrie het gebruik ervan sedert het einde van de jaren '80 stopgezet omdat de CFK’s mogelijk bijdragen tot de afbraak van de ozonlaag (zie de sectie Aerosols en milieu). 

Een kleine historische toelichting: CFK's, ook freonen genoemd, werden ontdekt door Thomas Midgley en Charles Kettering van General Motors.  In 1928 werd hiervoor een octrooi ingediend. De ontdekking van Thomas Midgley werd gedurende meer dan een jaar uitgetest, zonder dat enig nadeel ondervonden werd.  Om de onschadelijkheid te bewijzen, ging de uitvinder zelfs zo ver dat hij ten overstaan van een verstomd publiek, zijn longen volzoog met het product. 

In het begin konden dankzij CFK's heel wat mensenlevens gered worden, aangezien zij de vervangstoffen werden van chloormethaan en zwaveldioxide die als koelgassen gebruikt werden en heel wat ongevallen veroorzaakten door explosie en zelfs mensen doodden door verstikking.

HFCK's (hydrochloorfluorkoolwaterstoffen), de eerste vervangers van CFK's, hebben lagere ODP-waarden (Ozone Depletion Potential) dan CFK's, maar in de ogen van de industrie lagen ook die nog te hoog. Beide gassen worden dan ook niet langer door de aerosolindustrie gebruikt.  Vanwege hun relatief hoge GWP-waarden (Global Warming Potential) dragen zowel CFK's als HCFK's bij tot het broeikaseffect, dat verantwoordelijk is voor de opwarming van de aarde (zie de sectie Aerosols en milieu).

 

De drijfgassen van nu

De drijfgassen die vandaag gebruikt worden, zijn voor zowat 95% van het totale volume, koolwaterstofmengsels van het type butaan/propaan of isobutaan/propaan.

Deze gassen dragen op geen enkel vlak bij tot de afbraak van de ozonlaag. Zij hebben lage GWP-waarden (Global Warming Potential) en een erg geringe toxiciteit. Wel zijn zij licht ontvlambaar; indien echter de voorzorgsmaatregelen, die op elke spuitbus vermeld staan (zie gebruiksadviezen en veiligheid), stipt nageleefd worden, is de veiligheid van aerosols gewaarborgd. Ook de systematische controles tijdens de productie dragen hiertoe bij.

Andere drijfgassen die in mindere mate gebruikt worden, zijn dimethylether (CH3-O-CH3), stikstofprotoxide (N2O), kooldioxide of koolzuurgas (CO2), stikstof (N2) of zelfs gewoon lucht. In tegenstelling tot de vloeibare drijfgassen, zijn de laatste 4 samengeperste gassen. Vloeibare gassen hebben het voordeel dat zij tevens als oplosmiddel fungeren.  De samengeperste gassen hebben een veel hogere vuldruk nodig om de spuitbussen volledig te kunnen leegmaken.

Voor een handvol kritische toepassingen (farmaceutische, technische en decoratieproducten) worden nog HFK's (hydrofluorkoolwaterstoffen) gebruikt. Deze HFK-gassen - niet te verwarren met CFK's of HCFK's! - dragen niet bij tot de afbraak van de ozonlaag (ODP nul).  Sommige van deze gassen hebben echter wel een hoge GWP-waarde.  De HFK’S die in spuitbussen gebruikt worden hebben echter altijd lage GWP-waarden.  Het gaat hier om HFK-134a (CF3-CH2F) en HFK-152a (CH2F-CH2F).